Confrérie van de Hasseltse Jenever

Het klinkt misschien nogal vreemd, maar 35 jaar geleden associeerde je Hasselt niet meteen met Jenever. Dat u en ik dat nu wel doen, heeft te maken met de "Confrérie van de Hasseltse Jenever".

Wij zijn er om de Jenever culinair te promoten. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen.

De Confrérie kan een mooi palmares voorleggen:
- zij zorgden voor de erkenning van de Hasseltse Jenever als streekprodukt, zij gaven de aanzet voor de oprichting van het "Nationaal Jenevermuseum".

Zelfs de huidige Jeneverfeesten vloeien voort uit de "Dag van de Hasseltse Jenever". Niet niks dus.

Mon Smitt - samen met Willy Smets, de initiatiefnemers van de Confrérie - is een Jeneverman in hart en nieren.

Mon Smitt - samen met Willy Smets ; Mon Smitt serveert een jeneverrecept in zijn restaurant te Hasselt

De stichters die de Confrérie van de Hasseltse Jenever boven het doopfond houden in 1974


Mijn liefde voor een witteke gaat erg ver. Er is zelfs ooit een archief aangelegd met duizend streekgerechten. Allemaal bereid met Jenever.

Maar een ijverige poetsbeurt deed mijn werk in een container belanden.
Ik houd daar nog altijd een kater aan over.

Jenever drink je frigo-koud. Sommigen denken dat het aroma zo verloren gaat. Maar Jenever kan daar tegen.

Jenever kap je niet zomaar naar binnen!
Een kleine slok nemen, onder de tong klemmen en vervolgens naar je gehemelte laten stijgen.
Daaraan herken je voor een stuk de kwaliteit.
De alcohol leeft.

Een Volksdrank

Jenever is lang afgedaan als een volksdrank. Jenever hoeft zeker niet onder te doen voor Whisky of Cognac.

Sinds 1997 is de Hasseltse Jenever erkend. De titel is beschermd. Als je Hasseltse Jenever wil stoken, moet je dat volgens bepaalde regels doen.

Over die erkenning heeft de Confrérie 23 jaar gedaan. Maar het is gelukt. We zijn net als de Calvados uit Normandië een streekproduct.

Deze erkenning was het hoofddoel van onze groep.

Maar we hebben nog iets belangrijks verwezenlijkt:
het Nationaal Jenevermuseum.

Je moet niet vergeten dat je vroeger maar één museum had in Hasselt: het Heilig Paterke.
Dat voor een stad die in 1700 al 53 stokerijen telde.

Wij hebben indertijd de stokerij "Stellingwerff" - waarin nu het stadsmuseum "Het stadsmus" huist - behoed van de slopershamer !!

Aan de stad hebben we gevraagd om het pand te kopen van juffrouw Stellingwerff, daarna is het museum er gekomen.

Ja, nu spreekt iedereen van Hasselt als Jeneverstad. Maar dat was in de jaren 70 niet zo.

De Hasseltse Jenever heeft nu z'n museum, z'n feest, en z'n erkenning.

Zou de Confrérie nu niet beter al borrelend op haar lauweren kunnen rusten? Nee.

Je moet culinair blijven bestaan. Want anders is het een maat voor niets geweest.

We hebben nu een volgend project op stapel staan: Jenever schenken tot kunst verheffen!

We willen de cafés en de restaurants die dat volgens de regels van de kunst doen, een zichtbare herkenning geven aan hun gevel.

 

VOORWOORD
Home
beeldverslag
Inhoud

 

 


 

Grootmeester van de Confrérie,
Mon Smitt